Deze website maakt gebruik van cookies voor een optimale werking van de website.
Instellingen Meer info

 Molens in Zevenaar en de IJsseldorpen

 
In Zevenaar zijn nog twee molens in functie; dat was in de 20ste eeuw anders. Er waren veel meer molens aanwezig en ze hadden soms meer of andere functies dan tegenwoordig gebruikelijk is. Hieronder volgt een beschrijving van die molens die in Zevenaar, in Ooy en in Babberich stonden. De samensteller is ervan uitgegaan dat deze tekst continu zou worden aangepast en geactualiseerd. Daarom zijn reacties van de lezers, vooral als het om aanvullende gegevens gaat, zeer welkom. Voor meer uitgebreide gegevens wordt overigens verwezen naar de literatuurlijst. 
 
buitenmolen1   binnenmolen   buitenmolen
De Buitenmolen    De Binnenmolen   De Buitenmolen

Gewone Molens - De Buitenmolen

Deze molen, die nu aan het eind van de Molenstraat bij de spoorlijn staat en dagelijks door duizenden treinreizigers kan worden bewonderd, moet de oudste zijn geweest. Er moet een standaardmolen als voorganger hebben gestaan. De molen moest worden gebruikt door de inwoners van het Ambt Lymers. Deze waarschijnlijk oudste torenmolen van Nederland wordt vermeld in een rekening uit 1466. De molen is sinds 1965 eigendom van de gemeente Zevenaar, die regelmatig zorgdraagt voor een passende restauratie. De huidige gebruiker stelt de molen regelmatig, vooral op de Open Monumentendagen in september, open voor bezichtiging.

Gewone Molens - De Binnenmolen

Deze werd op de restanten van een stadstoren gebouwd op de uiterst noordwestelijke hoek van de aarden omwalling tussen de Grietsestraat en de Schievestraat en was al in 1565 aanwezig. Het onderste deel had een muurdikte van drie meter. De molen mocht uitsluitend worden gebruikt door de inwoners van de stad Zevenaar. Nadat de molen in onbruik was geraakt, resteerde de stenen toren die de naam ’Kruitmolen’ kreeg. Dit restant werd gesloopt; op die plaats staat nu een groot gebouw met onder meer een schoenenzaak. 
 
giesbeek-de-hoop   molenrestant-in-ooij   molen-te-babberich
Korenmolen op ’t Grieth    Molenrestant Ooij   Korenmolen in Babberich 

Een korenmolen (met stenen belt) in het Grieth te Zevenaar

Deze werd in 1884 door de molenaars-broers Evert en Albert Bourgondiën gebouwd en werd van zijn wieken ontdaan in 1955. Hij werd sinds 1900 de molen van G.Baas genoemd, naar de laatste feitelijke gebruiker. Het stenen restant is in gebruik als atelier van de kunstenaar-pottenbakker L.Goldewijk.

Korenmolen aan een zijweg van de Slenterweg in Ooy

Deze molen dateerde uit 1878; hij werd gesticht door de uit Loo afkomstige bakker Jacobus Ebben. In 1910 werd er een motormaalderij aan toegevoegd. In 1927 werd de molen ontwiekt en in 1962 verder onttakeld na een brand. In het vakblad ’De Molenaar’ is melding gemaakt van verkoop in 1909; de molen werd bij die gelegenheid ’De Ooysche Kroon’ genoemd. Thans is nog een slechts een klein gedeelte van de romp overgebleven.

Korenmolen met stelling te Babberich

De molen werd in 1856 gebouwd door de gebroeders Jan en Louis Hetterscheid en werd rond 1900 een stoommaalderij. In 1927 werd het pand gesloopt.

Koren- en pelmolen ’De Hoop’ te Oud-Zevenaar

Dateert van 1845. Zie ook ’Gelders Molenboek’.
Deze werd (Ambachten en bedrijven …) gebouwd in 1850 door de Warnsveldse molenaar H.B. Meijer. Sinds jaar en dag is de molen in het bezit van de familie Pijnappel. De huidige eigenaar exploiteert daarnaast ook een winkel met zelf gemaakte producten en stelt zijn molen regelmatig, vooral op de Open Monumentendagen in september, open voor bezichtiging.

Rosmolens

 
Zowel bij de Buitenmolen als bij de Binnenmolen stond rond 1600 een rosmolen. Die bij de Buitenmolen werd in 1798 hersteld en in 1832 naar de Binnenmolen verplaatst. In 1857 werd de rosmolen vervangen door een stoommachine
In de Weverstraat te Zevenaar stond sinds 1824 in de grutterij van Albert Thuijs een grut-rosmolen, die in 1838 werd stilgelegd. PM: Op blz. 174 van ’Oude ambachten ..’ wordt ook gesproken over een roshoutzaagmolen in Babberich die in 1883 werd gesticht en in 1904 overging op stoom. Het bedrijf was ouder. Uit het Patentregister van Zevenaar blijkt, dat die molen gestaan heeft bij de korenmolen in Babberich.

Oliemolens

In 1832 was er een oliemolen van Hendrik Janssen in de Kerkstraat te Zevenaar, die in 1838 ook het pelwerk van de gesloten molen in de Weverstraat overnam; deze pel-oliemolen was tot 1891 in functie.
Is er in Ooy ook sprake geweest van een oliemolen? Er ligt namelijk een weg met de naam ’De Oliemolen’ op een dijk tussen de Pannerdenseweg en de Berghoofdseveerweg; deze weg loopt verder tot aan de grens met Duiven (Groessen) en voert ook naar beneden het gebied De Oliemolen in, waar land- en tuinbouwbedrijven zijn gelegen. De Oliemolen werd al genoemd in 1525 (Kerkarchief St. Andreas Reg. Nr. 9). Overigens werd de naam vroeger toegekend aan het gebied aan de zuidzijde van de dijk, dus richting Pannerden! (Zie: De Ambtsatlas van de Lymers uit 1735)

Motormaalderijen

Aan de Heilige Huisjes in Ooy bevond zich vroeger een motormaalderij, gevestigd in het  pand van Staring.
 
De molens in de IJsseldorpen
angerlo-de-hoop   giesbeek-de-hoop lathum-19e-eeuw
Angerlo De Hoop   Giesbeek De Hoop Lathum, 19e eeuw

Angerlo De Hoop 

Sinds 1847 stond in Angerlo aan ’t Zandveld een windmolen. Oprichter was B.A.F. Kempers, bakker te Wehl, die de molen liet bemalen door zijn zoon Bernard. In 1860 eigenaar geworden, verkocht laatstgenoemde de molen nog in hetzelfde jaar aan bakker Hermanus Schaars.
In 1922 werd de Coop. Aankoop Ver. ‘Ons Belang’ eigenaresse. De molen werd van zijn wieken ontdaan in de dertiger jaren van de 20ste eeuw en verdween korte tijd later geheel uit het dorpsbeeld van Angerlo.

Giesbeek De Hoop

Ooit moet er een vroegere molen zijn geweest: Dat was de molen van Herman van Enghusen, die door de adellijke heren van Bergh op 29 maart 1421 ‘met de wind van Giesbeek’ werd beleend.
Op 8 november 1886 verzocht Gerardus Johannes Winterink het gemeentebestuur van Angerlo een bouwvergunning te verlenen voor een molen. De dorpelingen wierpen een belt op waar de molen kwam te staan en in 1888 kon de molen gaan draaien.
In 1926 sloeg het noodlot toe: een wervelstorm rukte de wieken uit de ketting, de kap van de molen belandde op het molenaarshuis. Molenmaker Kreeftenberg uit Varsseveld maakte vervolgens een nieuwe kap: hoog en spits, een zeer opmerkelijke vorm voor een Gelderse molen. In 1943 verkocht Winterink de molen annex bakkerij aan W. Kuijper in Giesbeek. Twee jaar later schoten de Canadezen hem bij hun opmars in april aan stukken.
Kuijpers verkocht de vernielde molen aan Th.A. Wiesland, die een restauratieplan opstelde, dat in 1956 werd uitgevoerd. De molen ging verschillende malen van hand tot hand. In de jaren zeventig van de 20ste eeuw wilde mevr. Spijker van Eggen uit Nijmegen er een restaurant van maken. Uiteindelijk werd de molen overgenomen door Theo Derksen. Hij liet de belt afgraven en vervangen door een provisorische stelling. Derksen verkocht het monument in 1979 aan de gemeente. Voor  300.000,- werd de molen in vol ornaat hersteld en op 19 juni 1982 door burgemeester Cornielje weer in gebruik gesteld.
Tekst overgenomen van De Gelderlander van 19 februari 2005.

Lathum

De oudste vermelding van een windmolen in de gemeente Angerlo betreft die van Lathum. Uit een gerechtelijke verklaring van 1559 blijkt dat die molen, die toen omgewaaid lag, omstreeks 1500 al bestond. Na ruim 20 jaar kwam er weer een nieuwe en deze ging ten gronde door de storm van 9 november 1800, die in de hele Achterhoek grote schade aanrichtte. Hendrik van Zadelhoff was in 1814 eigenaar van de nieuwe molen. De familie Herfkens heeft de molen, die omstreeks 1895 van een stoomtuig werd voorzien, verder in bezit gehad. De molen heeft gestaan op de hoek Bandijk / Molenstraat op een verhoogd terrein naast de Bandijk. De molen is in 1922 of 1923 gesloopt.
Het nabijgelegen huis ‘De Molenkamp’ van de familie Dorrestijn, dat dateert uit 1769, is genoemd naar de Lathumse molen.
Gebaseerd op een beschrijving door het Liemers Museum.

Literatuurlijst:

  1. Zevenaar stad in de Liemers, Hfdst IX, ‘Om het dagelijks brood’, door G.B. Janssen.
  2. Oude ambachten en bedrijven achter Rijn en IJssel
  3. Boekje Buitenmolen
  4. Gelders Molenboek
  5. ’De Molenaar’, vakblad van molenaars